Functionele en Dissociatieve Neurologische Symptomen

 

Hemi

Valaanvallen

Bij een valaanval (vaak wordt de Engelse term 'drop attack' gebruikt) valt iemand plotseling op de grond, zonder het bewustzijn te verliezen. Meestal gebeurt het tijden lopen of staan, zonder enige waarschuwing. Valaanvallen zijn beangstigend en vaak veroorzaken ze letsel, zoals blauwe plekken of wonden aan de knieën, armen of het gezicht.

 

Er zijn verschillende oorzaken voor plotseling vallen, zoals struikelen, lage bloeddruk en epilepsie, maar vaak, met name onder de leeftijd van 65, zijn de valpartijen onderdeel van functionele symptomen.

 

Voordat u deze pagina leest, is het belangrijk eerst bij uw dokter na te gaan of deze pagina wel relevant is voor uw situatie. Als u de diagnose: idiopatische drop attacks, of onverklaarde valneiging heeft, dan zou het goed kunnen dat de informatie op u van toepassing is. Als het vallen door een bekende oorzaak komt, zoals een hartritmestoornis of epilepsie, dan is deze pagina niet voor u bestemd.

 

Wat past er bij een typische functionele valaanval?

 

Meer dan 90% van de valaanvallen komen voor bij vrouwen, het is niet bekend waarom dat zo is. De gemiddelde leeftijd waarop de klachten starten is tussen de 45 en 55.

 

Mensen die valaanvallen hebben, herkennen vaak deze situaties:

 

1, 'Ik liep gewoon, ik deed eigenlijk niets bijzonders'. Valaanvallen gebeuren meestal bij lopen of staan.

 

2. 'Er was geen reden voor'. Meestal is er geen specifieke aanleiding. Sommige mensen hebben wel een bepaald gevoel voorafgaand aan de val, of de val gebeurt in bepaalde situaties, bijvoorbeeld bovenaan de trap of in de supermarkt.

 

3. 'De ene minuut stond ik nog rechtop en de volgende lag ik op de grond, ik geloof niet dat ik mijn bewustzijn heb verloren'. Meestal kunnen patiënten zich nog alles herinneren, behalve de val zelf. Dat is anders bij mensen die struikelen, die herinneren zich de val zelf vaak juist heel levendig. Ook is er geen sprake van een dissociatieve aanval, want dan hebben mensen meestal wel bewustzijnsverlies.

 

4. 'Ik kon snel weer opstaan'. In tegenstelling tot epilepsie of flauwvallen, staan patiënten met deze soort valaanvallen bijna direct weer op.

 

5. 'Ik bezeer mezelf steeds'. Letsel is heel veel voorkomend als gevolg van een valaanval. In het Frans heet de aandoening ‘maladies de genius bleus’ (de ziekte met blauwe knieën), omdat mensen met valaanvallen zo vaak op hun knieën vallen en blauwe plekken ontwikkelen. Veel  patiënten hebben ook wonden of blauwe plekken in het gezicht of aan de polsen.

 

6. 'Door de valaanvallen ben ik bang om naar buiten te gaan'. Dat is heel logisch als je verwacht dat ieder moment een valaanval kan gebeuren. Het kan pijnlijk zijn om te vallen, en patiënten schamen zich ook vaak voor het vallen. Ze kunnen angst om naar buiten te gaan ontwikkelen, het is goed om daar op te letten in de therapie.

 

Hoe worden functionele valaanvallen gediagnosticeerd?

 

Meestal volgen (functionele) valaanvallen een heel karakteristiek patroon. Als iemand bovenstaande situaties herkent, is er weinig kans dat er iets anders aan de hand kan zijn. Als de patiënt niet al lijdt aan epilepsie, is het extreem zeldzaam dat dit soort valaanvallen veroorzaakt worden door epilepsie.

 

BIj oudere mensen kunnen vallen veroorzaakt worden door een plotseling verlaagde bloeddruk, met name na opstaan vanuit liggende of zittende positie. Om een hartaandoening uit te sluiten, wordt soms een hartfilmpje (ECG) gemaakt, of een langdurige hartritme opname (24-uurs Holter).

 

Kan ik ernstig verwond raken?

 

Verwondingen zijn een onderdeel van functionele valaanvallen. Gebroken botten en tanden komen voor, maar levensgevaarlijke verwondingen niet. Dat is anders dan in epilepsie of flauwvallen, waar ernstige ongelukken helaas soms voorkomen. Dat er nooit levenbedreigende situaties ontstaan bij een functionele valaanval, heeft er mee te maken dat patiënten het bewustzijn niet verliezen, waarbij het lichaam onbeschermd is. Het heeft meer te maken met een verlies van besef, dan daadwerkelijk van bewustzijn.

 

 

Waarom ontstaan functionele valaanvallen?

 

Kijk op de volgende pagina's voor informatie over het ontstaan van functionele symptomen:

 

Veel is nog onbegrepen omtrent valaanvallen. BIj sommige patiënten zijn ze daadwerkelijk onverklaarbaar. BIj andere patiënten lijken ze te passen binnen een functionele stoornis. Bewijs hiervoor is onder andere:

 

 

 

• Sommige patiënten met dissociatieve (niet-epileptische) aanvallen, ontwikkelen functionele valaanvallen in het proces naar genezing. Andersom ontwikkelen patiënten met functionele valaanvallen soms dissociatieve aanvallen.

 

• Sommige patiënten met een functionele verlamming krijgen valaanvallen, die uitgelokt worden door het verzwakte been. Ze zakken als het ware door het verlamde been heen. Dit zou je kunnen beschrijven als een normale val, omdat het been zwak was, maar de patiënten beschrijven exact hetzelfde gevoel als mensen met bovenstaande valaanvallen.

 

• Veel mensen die valaanvallen hebben voelen zich vreemd als ze weer opstaan. Dit is soms een gevoel er niet helemaal bij te zijn, of ver weg te zijn van alles, een gevoel wat we dissociatie noemen. In sommige patiënten blijkt dit de aanwijzing te zijn dat dissociatie de reden is waarom de valaanvallen er zijn.

 

• Sommige patiënten hebben alleen valaanvallen als ze buitenshuis zijn.  Als de aanvallen een onderdeel waren van een hartaandoening of epilepsie, zouden ze onwillekeurig voorkomen.

 

• Als valaanvallen (‘drop attacks’) worden behandeld alsof het gaat om een functionele stoornis, blijkt hier meer resultaat te worden behaald.

 

Dit is een voorbeeld van een serie gebeurtenissen die kan lijden tot een functionele valaanval:

 

1. De persoon struikelt of valt flauw en schrikt hier erg van, waardoor er een versterkte gevoeligheid en angst voor vallen in de toekomst ontstaat

 

2. Zij krijgt een aanval van dissocatie terwijl ze loopt of stilstaat, wat zorgt voor een tweede val, dit keer is er sprake van een ‘functionele valaanval’, wat – niet verwonderlijk – leidt tot meer angst of schrik

 

3. Het zenuwstelsel en lichaam van deze persoon is nu zo afgesteld (ook wel ‘geprimed’) dat er valaanvallen kunnen ontstaan zonder aanleiding. Elke volgende val versterkt de gewoonte van het zenuwstelsel om deze vallen te veroorzaken, vaak zonder aanleiding. Zoals met alle functionele symptomen, geldt ook voor functionele valaanvallen dat ze echt zijn en niet bewust worden veroorzaakt door de patiënt.

 

4. De persoon met functionele valaanvallen ontwikkelt vervolgens vaak angst om in de toekomst weer te zullen vallen. Dit zorgt ervoor dat er grotere kans is dat er ook echt valpartijen zullen volgen. Het is niet zo dat de patiënt constant bang is om te vallen, maar wel dat zij bang is voor de consequenties van een mogelijke val. Dit veroorzaakt helaas in sommige patiënten een versterkte neiging om te vallen.

 

5. Sommige patiënten met valaanvallen kunnen dagen aanwijzen waarop ze het gevoel hebben dat er een valaanval aan zit te komen. Het vallen zelf is een verschrikkelijk gevoel, maar nadat ze zijn gevallen voelt het alsof het de komende dag of week niet meer gaat voorkomen.

 

Wat is de behandeling?

 

De diagnose begrijpen

 

Zoals met alle functionele symptomen is het begrijpen van de diagnose de eerste step naar verbetering. Het is erg genoeg om functionele valaanvallen te hebben zonder ook nog bang te zijn over de oorzaak daarvan. Angst voor een mogelijke ernstige onderliggende oorzaak maakt de klachten vaak erger.

Als de patiënt begrijpt dat functionele valaanvallen een heel specifiek probleem zijn, die een ervaren dokter direct kan herkennen en eigenlijk helemaal niet lijken op andere medische aandoeningen, is dat een goed begin.

 

Probeer de waarschuwingssymptomen te herkennen

 

De meeste patiënten met functionele valaanvallen hebben geen waarschuwende symptomen. En als dat wel zo is, dan vaak alleen bij de eerste paar aanvallen. Incidenteel lukt het patiënten om bepaalde symptomen die voorafgaan aan de aanval te leren herkennen. Dit zijn vaak gevoelens van dissociatie, of symptomen passend bij verhoogde alertheid van het lichaam, zoals hartkloppingen of zweten. Als u dit soort symptomen ondervindt, zelfs als ze maar heel kort duren, is het iets om op te richten. Als het lukt om de periode voorafgaand aan de aanval zo lang te rekken dat u kunt gaan zitten, kunt u de valaanval voorkomen.

 

Zijn er bepaalde situaties waarin valaanvallen voorkomen?

 

Een minderheid van de patiënten heeft alleen functionele valaanvallen buiten hun huis, vergelijkbaar met patiënten die alleen paniekaanvallen hebben op drukke plaatsen.

 

Als u geen waarschuwingssymptomen ondervindt

 

Soms hebben patiënten zelf het niet bemerkt, maar hebben vrienden, collega’s of familieleden wel bemerkt dat er bepaalde dingen voorafgaan aan de val. Bijvoorbeeld dat de patiënt bleek of stil wordt of eruitziet alsof zij even in een andere wereld is met een vage uitdrukking op het gezicht. Als dat zo is, vraag dan of ze u willen waarschuwen als het gebeurt, zodat u kunt leren de dissociatie te herkennen.

Het klinkt misschien vreemd, maar het komt voor dat patiënten met dissociatie ook er weg lijken van het dissociatieve gevoel zelf, dat verklaart waarom ze het niet herkennen en soms ook achteraf niet meer weten.

 

Als niets van bovenstaande het geval is

 

In de meerderheid van de gevallen zijn er geen waarschuwingssymptomen, kunnen anderen die ook niet ontdekken en  komen de aanvallen zowel thuis als buitenshuis voor. Dit zijn dus geen goede ingangen voor behandeling. Andere opties zijn dan:

 

Medicatie

Sommige medicijnen, zoals beschreven op de pagina over medicatie onder ‘behandeling’ op deze website, zijn het waard om te proberen. Amitryptline en clomipramine werken soms.

 

Praat therapie

Het komt voor dat de valaanvallen het leven van een patiënt gaan domineren en een neergaande spiraal ontstaat, waarbij de contante angst voor een val juist vallen uitlokt. Het kan helpen om hier open over te kunnen praten met een arts of psycholoog. Een psycholoog gebruikt dan eventueel dezelfde aanpak als bij paniekaanvallen, ookal zijn de klachten anders. Hier vallen ook experimenten onder die leren hoe acute gevoelens van schaamte of angst kunnen worden vermeden.

 

Zelfs al hebben ze al het bovenstaande geprobeerd, alsnog worden de klachten in sommige patiënten niet beter.  Het kan zijn dat we nog niet alles weten over functionele valaanvallen. Ook kan het zijn dat de gewoonte van de hersenen er zo is ingesleten, dat het moeilijk is er vanaf te komen.

 

In die situatie is het belangrijk om te proberen te leren leven met de aandoening. Dat is niet zo maar wat, maar acceptatie van het probleem kan wel helpen om verder te kunnen gaan met die dingen in het leven die het belangrijkste zijn. Hierbij is het belangrijk met uw omgeving te praten over de manier waarop vrienden, familie en ook collega’s om kunnen gaan met de valaanvallen, op zo’n manier dat u het het prettigst vindt. Veel mensen kunnen blijven werken en een sociaal leven onderhouden terwijl ze functionele valaanvallen hebben.  

 

 

Hoe ontstaan de klachten? Waarom ontstaan klachten?