Hemi

Functionele en Dissociatieve Neurologische Symptomen

Piekeren/Paniek

Angst en paniek komen veel voor bij functionele en dissociatieve symptomen in de neurologie, maar niet bij alle patiënten.

Angst en paniek komen ook veel voor bij epilepsie en andere neurologische aandoeningen.

Op deze website kunnen we angst en paniek niet uitvoerig bespreken. Het volgende is belangrijk:

1. Angst en paniek komen vaak voor bij functionele symptomen. Het is niet per se zo dat angst en paniek de oorzaak is van de klachten. Het kan zijn dat u liever niet over angst en paniek met uw arts spreekt omdat u het verband met uw lichamelijke klachten niet ziet of dat u bang bent dan niet serieus te worden genomen. Maar, een goede arts behoort naar deze klachten te vragen, bij veel diagnoses die hij overweegt. De kwaliteit van uw leven hangt namelijk niet alleen af van uw lichamelijke klachten, maar ook van hoe u ‘in uw vel’ zit.

2. Toegeven dat u klachten heeft van angst of paniek, betekent niet dat u niet goed bij uw hoofd bent of dat de klachten ‘tussen de oren’ zitten. Veel mensen lijken een direct verband te leggen tussen symptomen van angst of paniek en niet goed bij hun hoofd zijn. Ook ligt er een taboe op deze klachten. Dat is jammer, want angst en paniek kunnen vaak effectief behandeld worden. Het kan moeilijk zijn om te besluiten hierover te spreken, maar als u het wel doet kan er een last van uw schouders vallen. Lees hierover ook de pagina 'tussen de oren'.

3. Patiënten met functionele symptomen maken zich het meest zorgen over hun symptomen. Hoe gaat dit verder? Waarom gelooft niemand mij? Word ik gek? Zal ik toenemend invalide worden? Dat is heel begrijpelijk, maar dat betekent niet dat het geen echte bezorgdheid is. Soms is angst rondom gezondheid een groot probleem op zichzelf.

Paniekaanval

Een korte periode met intense angst of onbehagen, waarin ten minste vier van de volgende symptomen in korte tijd opkomen en in 10 minuten op hun top zijn:

1. Hartkloppingen
2. Zweten
3. Trillen
4) Kortademigheid
5) Gevoel te stikken/geen lucht te krijgen
6) Pijn op de borst
7) Misselijkheid of naar gevoel in de buik
8) fDuizelig, licht-in-het-hoofd, gevoel flauw te vallen
9) derealisatie (gevoel dat de wereld ver weg is), depersonalisatie (gevoel niet in het lichaam te zitten, geen contact te hebben met het eigen lichaam)
10) angst controle te verliezen
11) angst om dood te gaan
12) tintelingen, met name in de handen of rond de mond
13) koude rillingen of warmte-aanvallen

Paniekstoornis

A) Zowel 1 als 2:
1. Terugkerende onverwachte paniekaanvallen
2. Ten minsten 2 van de aanvallen werden gevolgd door een maand of langer durende klachtne van:
a- voortdurende angst een aanval te krijgen
b- angst over de consequenties van de aanval (het krijgen van een hartaanval, gek worden)
c- een verandering in gedrag ten aanzien van de aanvallen

B) De paniekaanvallen zijn niet ten gevolge van gebruik van een middel (drugs, medicijnen) of van een gegeneraliseerde aandoening (zoals hyperthyreoidie)

C) De paniekaanval hoort niet bij een anderen psychische aandoening.

Agorafobie

Algemeen gesteld is agorafobie de angst om een vertrouwde en veilige omgeving te verlaten. Dit kan de vorm aannemen van angst voor open ruimten, situaties waarin veel mensen bij elkaar komen of de angst in verlegenheid gebracht te worden of niet 'terug te kunnen keren'. Ook reizen (bijvoorbeeld met trein of bus) kan deze angst veroorzaken.
Agorafobie kan samen voorkomen met een paniekstoornis (Paniekstoornis met Agorafobie genaamd).
Patiënten met agorafobie vermijden plaatsen waar ze angstig van worden, of hebben altijd iemand bij zich in die situaties.

Gegeneraliseerde angststoornis

A. Overmatige angst en zorgen (bange voorgevoelens) die voorkomen op de meeste dagen in een periode van zes maanden over een aantal gebeurtenissen of activiteiten (bijvoorbeeld prestaties op het werk of school).

B. Moeite met het in de hand houden van de zorgen.

C. De angst of bezorgdheid heeft drie of meer van de volgende symptomen, waarvan er minimaal twee op de meeste dagen van de laatste zes maanden zijn voorgekomen (voor kinderen is slechts één criterium vereist):
1.Rusteloosheid of opwinding.
2.Snel vermoeid zijn.
3.Concentratie- of geheugenproblemen.
4.Irritatie.
5.Spierspanningen.
6.Slaapproblemen (moeite om in te slapen of te blijven slapen of rusteloze niet-verkwikkende slaap).

D. De symptomen van de bezorgdheid beperken zich niet tot een stoornis uit As I, de stoornis is dus bijvoorbeeld geen paniekaanval (bij paniekstoornis), gêne in het openbaar (bij sociale fobie), zich vervuild voelen (bij obsessieve-compulsieve stoornis), het verlaten van huis of gezin (bij verlatingsangst), zwaarder worden (bij anorexia nervosa), het hebben van meerdere fysiologische problemen (bij de somatisatiestoornis) of het hebben van een ernstige ziekte (bij hypochondrie). De bezorgdheid treedt ook niet uitsluitend op als onderdeel van een posttraumatische stressstoornis.

E. De angst, bezorgdheid of fysiologische symptomen veroorzaken duidelijk lijden of problemen in de omgang met vrienden en kennissen, op het werk of op andere belangrijke terreinen.

F. De stoornis is geen gevolg van de directe fysiologische effecten van een substantie (bijvoorbeeld drugs of medicijnen) of een somatische aandoening en treedt niet uitsluitend op als onderdeel van een stemmingsstoornis, psychotische aandoening of pervasieve ontwikkelingsstoornis.

Lees meer over paniekaanvallen of angststoornis op Thuisarts of Trimbos:

.. Een geprikkeld gevoel, gespannen, rusteloos, snel moe, uitgeput, concentratieproblemen,geïrriteerd, spierspanning, moeite in slaap te vallen.. het zijn allemaal kernsymptomen van angst of bezorgdheid